TVRZ — De Vesting

De vesting ligt ongeveer 10 km ten noordwesten van de stad Ceska Lipa.

Het dorp Velka Bukovina, net als het niet ver daar vandaan liggende dorp Mala Bukovina, behoorde tot het domein van Zandov.

De eerste documenten dateren al uit 1454 van de hand van Jan uit Vantenberk. In het jaar 1536 verkochten de broers Tynove uit de stad Tyn hun domein Zandov, en aan de oostelijke kant van Velka Bukovina hebben zij toen een vesting gebouwd. Hoe het eruit zag is niet bekend. In 1603 verkocht de weduwe van Adam, een van de broers uit Tyn, Velka Bukovina, Mala Bukovina en Sachov aan Trmal uit Touzic die het vervolgens in 1605 doorverkocht aan Jona Paust uit Libstat.

Ridder Jan Brömer, de man van de kleindochter van Jona Paust (Anna Polyxena), heeft de vesting in 1656 uitgebreid en opgeknapt in vroege barokstijl. Hiervan zijn ook tekeningen terug gevonden. De begane grond van het gebouw was gebouwd in gotische stijl met twee vleugels van twee uit hout opgetrokken verdiepingen, die een rechthoek vormden. De balustraden waren van zandsteen en de vensters hadden een ronde of een zeshoekige vorm, allemaal in lood gevat. De puntgevel van het huis had een afbeelding op ware grootte. Het hele slot werd beschermd door hoge muren en een slotgracht. Op het erf was een grote vijver en een fontein met drinkwater, Tussen het grote aantal gebouwen bevond zich ook een brouwerij.

In 1659 trad Anna Polyxena Brömer voor de tweede keer in het huwelijk, dit keer met Benedikt Prasenfelder, die bij haar in dienst was als leraar van haar kinderen. Na haar dood erfde Benedikt Prasenfelder het slot. De dochter uit zijn tweede huwelijk, Alzbeta, getrouwd met graaf Milesim, verkocht het slot in 1732 aan de Toscaanse groothertogin Anne Maril Frantisce. In 1796 verkocht de toenmalige eigenaar, de uit het Rijngebied afkomstige Falckrabe Maxmilian Josef, het slot aan vier boeren uit de omgeving. Deze boeren veranderden zoveel aan het slot dat het zijn karakter als herenhuis zo goed als verloor en het de status kreeg van normaal woonhuis. De vijver was verdwenen, een vleugel van het slot was verdwenen, de kelders waren volgegooid met grond. Versierselen uit de slot kapel waren verplaatst naar kerken in Male Bukovina. Ook de slotmuren en de slotgracht waren verdwenen. Het slot had nu nog maar 1 verdieping, Op de begane grond bevond zich de slotkapel. Op verschillende plaatsen kan je nu nog de resten zien van de zandstenen muren, vooral daar waar deuren hebben gezeten. In de kapel zelf is vooral het stervormige kruisgewelf heel interessant. Zelfs de kelders van de kapel hebben kruisgewelven. Wat ook nog is overgebleven is een kleine brug over een dichtbijgelegen rivier. Renovaties in de periode tussen 1976 en 1987 hebben het gebouw in de huidige staat gebracht.

Bron: Hrady Zamky a Tvrze III. SEVERNI CECHY